AASITEMAP.
LID WORDEN?

Meest gestelde vragen

De BNMO ontvangt met regelmaat vragen via onze service 'Eerste Hulp Bij Juridische Zaken'. Wellicht zit hier het antwoord op uw vraag ook tussen.

 
Vraag:
Waar moeten we aan voldoen als mijn nieuwe partner voor een ABP nabestaandenpensioen in aanmerking wil komen?

Antwoord:
Om te beginnen moet u beiden ouder zijn dan 18 jaar en u jonger dan 65 jaar. U moet verder beiden ongehuwd zijn en op één adres ingeschreven zijn bij de gemeente. U hebt een samenlevingscontract, dat vóór uw 65e is opgesteld door een notaris en uit dit samenlevingscontract blijkt dat u en uw partner in elkaars levensonderhoud voorzien.

 Vraag:
Ik heb een dienstverbandaandoening, maar ik krijg geen invaliditeitspensioen, omdat mijn invaliditeit minder dan 10 procent is. Kan ik nog wel gebruikmaken van de voorzieningen?

Antwoord:
De voorzieningen zijn geregeld in de Voorzieningenregeling voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers. Als u in militaire dienst een verwonding, ziekte of handicap heeft opgelopen en als daarvoor dienstverband is aanvaard, dan heeft u onder voorwaarden recht op een voorziening. Ook als het militair invaliditeitspensioen niet tot uitbetaling komt, omdat uw invaliditeit minder dan 10 procent bedraagt.

Vraag:
Ik heb een voorziening aangevraagd, maar die is afgewezen. De reden hiervan is dat ik gelijk met de aanvraag de aankoopbon heb ingediend. Klopt dat?

Antwoord:
De aanvraag van een voorziening moet altijd worden gedaan voordat tot de aanschaf wordt overgegaan. Dat is zo geregeld in art. 3 sub e van de Voorzieningenregeling: ‘een voorziening wordt slechts verleend indien deze door betrokkene vooraf is aangevraagd’. Het Serviceteam Voorzieningen van het ABP moet immers vooraf kunnen beoordelen of u aan de voorwaarden voor de gevraagde voorziening voldoet. Al was het alleen maar om teleurstellingen achteraf te voorkomen.

Vraag:
Ik bouw pensioen op bij het ABP. Binnenkort ga ik samenwonen met mijn nieuwe partner. Heeft zij recht op een nabestaandenpensioen?

Antwoord:
Ja, onder bepaalde voorwaarden. Alleen als u trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat, hoeft u niets te doen. Zodra u trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat, krijgt het ABP daar bericht over van uw gemeente. Als u gaat samenwonen, moet u uw partner aanmelden bij ABP. Alleen dan kan uw partner na uw overlijden een ABP nabestaandenpensioen krijgen.

 

Vraag:
Ik wil bij de specialist die mij behandelt mijn medisch dossier inzien, maar als ik hier naar vraag, krijg ik een ontwijkend antwoord. Heb ik het recht om mijn dossier in te zien?

Antwoord:
Volgens de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst hebt u inderdaad het recht om uw medisch dossier in te zien. Het betreft dan alleen die gegevens, die betrekking hebben op u zelf. Blijft uw speciallist weigerachtig, dan kunt u een andere arts vragen om bemiddeling. Helpt dat nog niet, dan neemt u een advocaat in de arm en stapt u naar de rechter.

Vraag:
Ik kan door mijn PTSS niet meer met het openbaar vervoer reizen. Kan ik een vergoeding krijgen voor het gebruik van mijn eigen auto?

Antwoord:
Om in aanmerking te komen voor een kilometervergoeding moet het reizen met het openbaar vervoer eigenlijk absoluut onmogelijk zijn. De hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep, heeft dit een aantal jaren geleden zo beslist. Er moet bij u sprake zijn van ernstige fobische klachten, een angst- of paniekstoornis of een ernstige stoornis in de beheersing van de agressie. Het moet om een situatie gaan die medisch gezien ongewenst of onaanvaardbaar is. Dat u enige vorm van hinder ondervindt bij het reizen met het openbaar vervoer is dus niet voldoende.

Vraag:
Ik wil een klacht indienen over de arts die mij gekeurd heeft. Hoe gaat dat in zijn werk?

Antwoord:
Als u een klacht heeft, ligt het voor de hand uw klacht allereerst bij de instelling te deponeren waar de keuringsarts werkt. Grotere organisaties hebben vaak een klachtenfunctionaris die u hierbij kan helpen en een klachtencommissie, die uw klacht zal behandelen. Zoekt u het hogerop, dan kunt u met uw klacht terecht bij het Medisch Tuchtcollege. Hier kunt u alleen klagen over situaties die onder de tuchtnormen in de gezondheidszorg vallen. Voor informatie over dit alles kunt u terecht op de website van het medisch tuchtcollege: www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl  

Vraag:
Ik ontvang sinds kort naast mijn MIP een zogenaamde bijzondere invaliditeitsverhoging. Dit is toch smartengeld? Mag het ABP hier dan wel belasting op in houden?

Antwoord:
Ja, ook de bijzondere invaliditeitsverhoging is fiscaal belast. De Hoge Raad heeft hierover op 3 november 1993 al een uitspraak gedaan. Een voormalig dienstplichtig militair ontving een invaliditeitspensioen, met de bijzondere invaliditeitsverhoging. Hij was het niet eens met de inhouding van belasting over deze bijzondere invaliditeitsverhoging. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze vergoeding een uitvloeisel is van een door de belanghebbende vervulde publiekrechtelijke dienstbetrekking.
Zelfs al zou hier sprake zijn van een vergoeding van immateriële schade (smartengeld). En dus is deze bijzondere invaliditeitsverhoging, aldus de Hoge Raad, terecht fiscaal belast.

Vraag:
De laatste tijd heb ik het een en ander gelezen over de schadeloosstelling voor 'oude' veteranen. Daar wordt dan ook gesproken over verjaring. Wat wordt daar nou precies mee bedoeld en geldt dat ook voor de oude veteranen?

Antwoord:
Verjaring betekent letterlijk: 'door verloop van tijd niet meer invorderbaar zijn'. Bij een schadevergoeding wil dat dan zeggen dat na zekere tijd geen schadevergoeding meer kan worden verhaald op de tegenpartij. In het algemeen bedraagt deze termijn vijf jaar. Een vordering tot schadevergoeding moet worden ingesteld binnen vijf jaar na het intreden van de schade of het bekend worden met de schade. Anders bent u gewoon te laat.
In het geval van de 'oude' veteranen heeft de Nationale ombudsman aan de minister de aanbeveling gedaan om zich niet op verjaring te beroepen. Aanvragen om schadevergoeding kunnen in dit geval dus ook nog na deze vijf jaar worden ingediend. 

Vraag:
Ruim zeven maanden geleden heb ik een aanvraag ingediend voor een militair invaliditeitspensioen (MIP). Ik heb hiervan nog steeds geen uitslag ontvangen. Wat kan ik hier aan doen?

Antwoord:
Natuurlijk kunt u eerst een contact opnemen met het ABP om te vragen hoever het met de afhandeling van uw aanvraag is. Als u daarna vindt dat het nog te lang gaat duren, raden wij u het volgende aan. U kunt een (aangetekende) brief aan het ABP sturen. U schrijft hierin dat u vindt het te lang duurt en dat u het ABP daarom 'in gebreke stelt'. Verder deelt u mee dat u aanspraak maakt op betaling van een dwangsom, omdat de beslistermijn al lang verstreken is.
De gewone beslistermijn is namelijk acht weken. Als er meer tijd nodig is om een beslissing te nemen, moet dat u schriftelijk worden meegedeeld. Bovendien moet dan worden aangegeven wanneer u de beslissing op uw aanvraag mag verwachten. Deze verlengde termijn moet dan wel weer redelijk zijn.

Vraag:  Momenteel krijg ik een 80-100 WAO alszijnde bovenwettelijke uitkering.Daarvoor kreeg ik ww+suplletie alszijnde wettelijke en bovenwettelijke uitkering en daarop kwam ook het bijzondere MIP tot uitkering. De vraag die ik heb of deze bijzondere militaire invaliditeitspensioen nu wel of niet tot uitkering komt bij mijn WAO?

Antwoord:  De korting die u bedoelt is de z.g. V4-korting als ook zijn opvolger de korting op grond van de z.g. gelaagde opbouw. Het gaat in beide gevallen om een korting van de WAO uitkering (ontvangt u van het UWV) op het mip (ontvangt u van het ABP). Dus m.a.w. de WAO uitkering blijft gewoon gehandhaafd en ontvangt men dan nog gewoon van het UWV, alleen op het mip wordt deze uitkering in mindering gebracht.Deze korting mag alleen worden toegepast als u ontslagen bent uit de militaire dienst na 1-198. Bent u ontslagen voor 1-1-98 dan mag de korting niet worden toegepast.


Vraag:  Hoe kom ik in aanmerking voor een vergoeding voor geïndiceerde brillenglazen en voor een vergoeding voor een brilmontuur?

Antwoord: Een beroep doen op een dergelijke voorziening is mogelijk als de brillenglazen noodzakelijk zijn vanwege een dienstverbandaandoening. Dus m.a.w. Defensie vergoed niet alle ziektekosten of kosten van hulpmiddelen maar compenseert op dit vlak alleen de kosten die men moet maken i.v.m. een dienstverbandaandoening.
Wanneer u de brillenglazen en montuur dus nodig heeft vanwege een aandoening opgelopen als gevolg van de uitoefening van de militaire dienst kunt u een verzoek om vergoeding hiervan indienen bij het ABP. Hebben de brillenglazen niet met een dienstverbandaandoening te maken, dan heeft u geen recht op vergoeding en heeft het geen zin een verzoek in te dienen.
KIES UW AFDELING
HANDLEIDING BNMO-NING
ZOEKEN OP TREFWOORD