Terug naar het dossier Veteranenwet >>
De inspanningen van de Nederlandse overheid voor haar (oud) militairen, dienstslachtoffers en aanverwanten zijn de laatste jaren zeker verbeterd. Toch is ons werk niet af. De huidige complexe en versnipperde regelgeving leidt in de praktijk tot situaties waarin instanties elkaar ‘de bal toespelen' en daarmee dat (oud) militairen tekort wordt gedaan. Dit moet anders.
Er moet een Veteranenwet komen die de wettelijke basis neerzet voor een goede administratie, een goede voorbereiding op uitzendingen en adequate nazorg voor veteranen en hun verwanten. Op basis van deze wet krijgen de veteranen dan structureel de aandacht die zij verdienen voor hun inzet voor de Nederlandse staat. Het gaat er om structureel te regelen dat zowel de militair als zijn of haar verwanten gedurende hun hele leven recht hebben op medische en sociaal maatschappelijke ondersteuning wanneer dat nodig is. Een veteranenwet is bij uitstek het instrument op deze rechten te verankeren.
Daarnaast moet de uitvoering van deze wet geborgd worden. In de huidige praktijk zijn er vele voorbeelden dat de plichten van Defensie minimaal worden ingevuld en echt enthousiasme om de (oud) militairen te helpen ontbreekt.
Waarom is deze Veteranenwet en borging van de uitvoering nodig?
De ervaring leert dat veteranen soms pas vele jaren later (psychische) problemen krijgen als gevolg van hun uitzending. Dit raakt niet alleen hen zelf maar ook hun gezin en verdere sociale omgeving. Actief volgen en ingrijpen bij signalen dat er iets niet goed gaat is dus nodig.
De volgende waarnemingen onderbouwen de noodzaak van een actieve belangenbehartiging:
- Het Ministerie van Defensie volgt de (oud) militairen onvoldoende en heeft dus niet altijd zicht op het bestaan van problemen. Daar komt bij dat militairen vaak niet actief om hulp vragen. Goede zorg vraagt een actief volgende houding vanuit het Ministerie. Daarnaast werkt Defensie nu op basis van een haalplicht. De (oud)militair moet zelf om hulp of bijvoorbeeld een uitkering vragen. De BNMO redeneert vanuit een brengplicht. Defensie heeft de plicht haar (oud) militairen optimaal te begeleiden.
- Op dit moment stopt de zorg voor (oud) militairen op het moment dat er medisch geen verdere stappen mogelijk zijn. De BNMO vindt dat de verplichtingen van het Ministerie van Defensie verder gaan dan een medische behandeling. Juist als er geen medische oplossing meer is heeft de veteraan een probleem met grote sociaal-maatschappelijke gevolgen. In de eerste plaats voor de betrokken militairen en hun familie zelf. Maar het gaat verder. Er is ook schade voor de samenleving omdat daar ook de schade voelbaar is van mensen die niet kunnen participeren in het arbeidsproces, een onevenredig beroep doen op hulpverlenende instanties of op andere wijze kosten veroorzaken.
- Er zijn signalen dat Defensie de problematiek onderschat. De brief van de Staatssecretaris van Defensie aan de Tweede Kamer van 8 februari 2007 hanteert cijfers over mogelijke problemen die veel lager liggen dan diverse onderzoeken aangeven. Is dit bewuste onderschatting? In het verlengde hiervan rijst de vraag of de beschikbare casemanagers berekend zijn op de feitelijke hulpvraag.
- In dezelfde brief tracht de Staatssecretaris de verantwoordelijkheid van Defensie voor (na)zorg te ‘delen' met andere ministeries vanwege de complexheid van een goede nazorg. De BNMO is van mening dat een (oud) militair met problemen in eerste instantie door Defensie geholpen moet worden. Deze (oud) militair mag nooit het slachtoffer worden van ministeries die elkaar de bal toeschuiven.
- Een andere discussie is die van de terugwerkende kracht. Klachten ontstaan vaak na vele jaren. Maar ook tussen de diagnose PTSS en de medische eindsituatie zitten vaak jaren. Het is onrecht de aanspraak op rechten te beperken tot één jaar terugwerkende kracht na vaststelling van de eindsituatie. Dit proces vergt niet zelden vele jaren. Rechten dienen terug te gaan tot tenminste het moment van vaststelling van PTSS.
Wat gaat de BNMO aan de veteranenwetgeving bijdragen?
De BNMO beschikt over zeer veel kennis over de behoefte van (oud)militairen en hun verwanten omdat de BNMO zelf een deel van de behoefte aan nazorg invult. Veteranen en hun verwanten kunnen binnen de vereniging contact onderhouden, elkaar ontmoeten en waar nodig steun vinden bij elkaar. Het invullen van deze activiteiten betekent dat de BNMO over veel relevante kennis en ervaring beschikt. Kennis over niet functionerende regels, kennis over geslaagde behandelingen, kennis over frustraties en problemen in de praktijk. Al deze kennis stelt de BNMO graag ter beschikking van het wetgevingsproces zodat de nieuwe veteranenwet aansluit bij de behoefte in de praktijk en écht problemen oplost.
Terug naar het dossier Veteranenwet >>