Begin november vond de tweede door de BNMO georganiseerde retraiteweek voor veteranen en politiemensen met moral injury plaats. Van de acht deelnemers waren er zes afkomstig van de politie, onder wie Claudia Koster (45) meldde zich na een studie Commerciële Economie in 1995 aan bij de Politie. Ze werd aangenomen en ging aan het werk bij het korps Noord-Holland Noord. Ze werkte er 15 jaar, in diverse functies. Ze rondde daarnaast nog een HBO-opleiding Communicatie af. In haar werk als politieambtenaar was ze vooral op straat te vinden. “Als politievrouw maak je een hoop nare dingen mee. Dat kruipt allemaal onder je huid en draag je constant met je mee. Na een heftig incident ging ineens het licht uit”, vertelt Koster. Ze kreeg last van vermijdingsgedrag, angsten en nachtmerries, tot het punt waarop ze niet meer in staat was om te functioneren. “Ik trok me terug in een isolement, kwam letterlijk en figuurlijk tot stilstand. Ik voelde me enorm eenzaam en kwam mentaal en lichamelijk niet meer in beweging. Alles draaide door, maar ik zat thuis.” De diagnose was posttraumatische stress stoornis (PTSS). 

Erkenning 
Destijds was er bij de politie nog maar weinig over PTSS bekend. “Bij de leiding en de bedrijfsarts was bekend dat ik het had, maar er bestond destijds nog geen officiële erkenning beroepsziekte.” Voor de oud-politievrouw werd duidelijk dat re-integratie bij de politie niet haalbaar was. “Dan blijft alleen afkeuring over. Aan de ene kant was ik blij, aan de andere kant verdrietig, want het was wel de baan waarin ik mijn ziel en zaligheid heb gelegd. Afkeuring was voor mij ook letterlijk een afkeuring, alsof ik een scheve komkommer was, niet goed genoeg voor het schap in de supermarkt.” Dit schaamtegevoel werd versterkt door schuldgevoelens ten opzichte van haar directe omgeving. “Ik was destijds niet de moeder die ik graag had willen zijn voor mijn dochters. En ook al kon ik er niets aan doen, ik droeg het daarna wel met me mee. Uiteindelijk was ik wel diegene die dat bonnetje voor een baan bij de politie had ingevuld.” 

Rouwproces
Twee jaar geleden kreeg Koster met terugwerkende kracht de erkenning van beroepsgerelateerde PTSS. “Toen kon ik verder met mijn verwerking. Het is ook een soort rouwproces waar je in terecht komt. Ik was beschadigd en bleef zitten met gevoelens van schuld en schaamte. Toen las ik het artikel over een deelnemer aan de eerste pilot Moral Injury (de Kareoler 6 – 2019) en dacht: Dat is precies wat ik nodig heb! Ik had er niet eerder van gehoord en was blij dat er een naam voor was. Ik moest en zou deelnemer worden van de tweede pilot en gaf me direct op.” Terugkijkend op de week zegt ze: “Ik ben er helemaal ingegaan om alles eruit te halen wat er in zat. Ik heb mijn telefoon uitgezet en me ondergedompeld in het programma. Sessies met paarden en met elkaar, met het loslaten van dingen. Dat is heel goed gelukt en ik ben blij dat ik het heb kunnen meemaken.” De afscheidsceremonie in het programma is voor haar heel belangrijk geweest. “Het is tijd voor een nieuw boek. Tien jaar lang loop ik al met een gigantische last op mijn schouders. Maar daar heb ik dingen kunnen achterlaten. Dat wil niet zeggen dat ik er dan nooit meer aan denk, maar ik weet nu wel dat ik daar niets meer mee hoef te doen.” 

BNMO-lidmaatschap Na de introductiedag in Doorn was de pilot Moral Injury het eerste programma waaraan Koster als BNMO-lid deelnam. Lachend bekent ze dat het inschrijfformulier van de BNMO maandenlang op haar bureau heeft gelegen. “Ik dacht heel lang dat ik niet zo’n groep nodig had, dat ik het zelf wel zou redden. Pas toen ik van andere collega’s hoorde dat zij de activiteiten van de BNMO heel
waardevol vonden en er veel aan hadden, was dat voor mij een reden om me toch maar aan te melden.”
In eerste instantie ging ze ervan uit dat de deelnemers aan de retraiteweek een groot deel van het PTSS-proces al achter zich hadden en – net als haar – nog wilden werken aan dat laatste stukje, de moral injury. “Maar we zaten allemaal in een andere fase. Sommigen waren net afgekeurd, anderen al veel langer. Er waren ook deelnemers die nog maar anderhalf jaar ziek zijn.” Koster geeft aan dat de deelnemers elkaar
in dat opzicht ook kunnen helpen en van elkaar kunnen leren. “Het kan ook beangstigend zijn. Kijk naar mij: ik ben 8 jaar geleden met medisch ontslag gegaan en de zakelijke afhandeling met de politie loopt nog.” 

De effecten van het programma zijn ook nu nog merkbaar. “Een paar weken geleden zat ik er nog niet zo bij als nu. Ik heb in die week echt een stukje verlichting gehad en ik begrijp nu hoe belangrijk het is dat je dat samen met anderen doet. Je hoeft niets uit te leggen. Iedereen weet welke pijn je meedraagt. Een blik is genoeg.” Het contact met de andere deelnemers is gebleven. “We spreken met elkaar af en zien elkaar deze maand tijdens een terugkomdag. Het is een goed gevoel dat, als er iets is, je een van de anderen even kan bellen.”

Kracht
Koster vertelt dat ze na deze week ook veel stappen heeft gezet. “In de afgelopen jaren waren patronen ontstaan die me een soort veiligheid gaven, maar waar ik nog niet doorheen durfde te breken.” Als voorbeeld noemt ze het rijden van een lange afstand met de auto. “Dat deed ik eigenlijk nooit meer, maar nu moest ik wel ver rijden om op de trainingslocatie te komen. Sinds die week rijd ik ook weer auto in het donker.” Twee jaar geleden maakte Koster de stap naar gezond eten en drie keer sporten per week. Ze begon aan een opleiding tot fitnessinstructeur en wil die kennis in de toekomst graag inzetten voor mensen die verkeren in de positie waarin zij zat. “Fitness en goede voeding hebben bij mij gezorgd voor
een positief gevoel over mezelf. Het zet ook in je hoofd de knop om en geeft je kracht.” Ook dat helpt met de verwerking. “Ik heb hele verdrietige, eenzame periodes gehad, maar in deze week heb ik echt iets kunnen afsluiten. Ik neem de politie de PTSS op zich niet kwalijk, maar wel de manier waarop ze daarna
met me zijn omgegaan, het gebrek aan steun en begrip. Toen ik mijn ontslagbesluit ging ophalen, kwam uit een lade ook nog de medaille die ik 2,5 jaar eerder al had moeten krijgen. Die wrok richting de politie heb ik in die week voor een deel achter me kunnen laten. Maar ik kan dingen pas echt definitief afsluiten als ook de zakelijke afhandeling met de politie achter de rug is.”

Ook in 2020 worden door de BNMO twee programma’s Moral Injury georganiseerd. Meer informatie vindt u in de komende edities van de Kareoler en op www.bnmo.nl 

Tekst: Marleen Wegman
Foto: Olof Dirks