Het is niet allemaal voor niets geweest

De gebeurtenissen in Afghanistan en de beelden daarvan in de media maken veel los in de samenleving, met name bij Afghanistanveteranen. Zo ook bij KMar-veteraan Vivian Onstenk. Zij diende in 2011 in Afghanistan. “Toen ik de beelden op televisie zag, moest ik huilen. Het houdt me heel erg bezig.”

Al op 12-jarige leeftijd wist Vivian Onstenk wat zij wilde worden. Toentertijd ging zij met school naar de  Megafestatie in de Jaarbeurs. “Ik kwam thuis en zei tegen mijn moeder: ‘Ik weet al wat ik later wil worden; ik ga bij de Marechaussee’.” Van dat idee is zij nooit meer afgeweken.


Brigade Eindhoven
Op haar 15e ging zij naar de voorlichting op de Brigade Eindhoven en een jaar later, op haar 16e, ging ze opnieuw. Ze vertelt erover: “Die meneer daar zei toen: ‘Als ik je volgend jaar wéér hier zie, dan stuur ik je naar Apeldoorn’.” Uiteindelijk vulde Onstenk de sollicitatieformulieren in en doorliep de hele procedure. In november 1999 ging zij in Apeldoorn de opleiding in. “Dat was op mijn 17e, dat kon toen nog.” Voordat ze in 2011 naar Aghanistan werd uitgezonden had Onstenk verschillende functies. Ten tijde van haar uitzending was zij trainer-vormer op Brigade Oostgrens-Midden in Zevenaar. “Ik ben als militaire politie uitgezonden naar Afghanistan. Onze basis was op Kandahar Airfield, omdat daar de Nederlandse Luchtmacht nog aanwezig was met een aantal F16’s. Aan het eind van mijn missie ben ik ook nog enkele weken in Kunduz geweest om daar een collega te ondersteunen.”

Dreiging
Kandahar Airfield en de basis daaromheen telde toentertijd zo’n 32.000 mensen en was vergelijkbaar met een grote stad. Die bestond voornamelijk uit militairen, maar ook Afghaanse burgers die daar werkten. “Zij woonden achter de berg in de stad en kwamen dagelijks op en neer. De krijgshoofden kwamen er ook voor vergaderingen en dergelijke. Er stond ook een groot specialistisch ziekenhuis, waar zowel militairen als Afghaanse burgers werden behandeld.” Hoewel de aanwezigheid van het Westen hen was opgedrongen en veel Afghanen niet veel op hebben met het Westen, was daar volgens Onstenk op het kamp weinig van te merken. “Veel Afghaanse burgers waren blij dat we er waren. Op die manier hadden ze werk en konden ze hun gezinnen te eten geven. Op het kamp in Kandahar merkte je niet veel vijandigheid.” Die vijandigheid voelde Onstenk wél in Kaboel, waar zij ook even belandde. “Je voelde daar veel meer dreiging. Er werd daar letterlijk veel lelijker naar je gekeken.” Wat haar realiteitsbeeld echter volledig omgooide was het feit dat bomaanslagen aan de orde van de dag waren. Van dat laatste heeft Onstenk tot op de dag vandaag nog wel eens last. “Dat die raketinslagen zo dicht bij de plek waar jij je bevindt plaatsvinden, dat maakt indruk op je. Op het moment dat je daar bent, wil je gewoon je taak uitoefenen, maar er hangt altijd een dreiging in de lucht waar je geen controle over hebt. Je kunt nog zo getraind zijn, maar op die continue dreiging kun je je niet voorbereiden.” 

Onrust
Nu de machtsovername door de Taliban en de chaos in Afghanistan dagelijks in het nieuws zijn, heerst er veel onrust onder met name Afghanistanveteranen. Onstenk snapt dat: “Toen ik de beelden op televisie zag, moest ik huilen. Het houdt me heel erg bezig. Ik snap dat er gezegd wordt dat alles voor niets is geweest. En dat er collega-veteranen zijn die door de huidige situatie weer tien stappen teruggezet zijn in hun genezingsproces. Zelf was mijn eerste gedachte ook dat alles voor niets geweest is en dat ik mijn aandoening dus heb opgelopen voor niets.” Maar inmiddels is ze daar anders over gaan denken. “We hebben gedaan wat de regeringsleiders van ons wilden. Dat moet je niet op jezelf betrekken. En ik weet dat onze aanwezigheid in dat land niet voor niets is geweest. Eigenlijk denk ik dat we twintig jaar relatieve rust en veiligheid hebben gebracht. Er zijn echt wel dingen bereikt. Een groot deel van de bevolking vond het fijn dat er, doordat wij er waren, meer lucht kwam in hun leven. Zij konden zich weer wat meer ontplooien. Laten we hopen dat wij in die twintig jaar zaadjes geplant hebben die ervoor gaan zorgen dat zij als volk de handen ineen gaan slaan om een veranderslag te maken.”

Opvliegend
De missie naar Afghanistan is Onstenk zelf niet in de koude kleren gaan zitten. De continue dreiging die zij daar ondervond heeft ertoe geleid dat zij PTSS ontwikkelde. “Heel lang heb ik gedacht dat ik nergens last van had. Maar mensen om mij heen bespeurden wel degelijk veranderingen. Ik werd harder in mijn meningen; iets was goed of het was fout. Ik werd opvliegend.” Zelf merkte Onstenk niet dat het slecht met haar ging. Totdat het in de zomer van 2018 helemaal mis ging. “Ik liep midden in de nacht over straat met mijn honden. Ik liep ergens in de wijk en wist niet meer hoe ik terug moest keren. Ik was letterlijk en figuurlijk de weg kwijt.” Onstenk belde haar moeder, die haar naar huis heeft gepraat. Achteraf constateert Onstenk dat een van haar honden haar al signalen had gegeven dat het niet goed met haar ging. Ze vertelt: “Mijn reu vertoonde een soort van depressiviteit. Ik ben bij allerlei dierenartsen geweest, maar die konden niets vinden. Nu weet ik dat het niet aan de hond lag, maar aan mij. Het dier liep met mijn knoop in zijn maag.”


BNMO
Inmiddels is PTSS geconstateerd en per 1 juni van dit jaar is Onstenk officieel de dienst uit. Alhoewel dat enerzijds pijn doet, ziet zij de toekomst zonniger in nu het beestje een naam heeft. “Ik kan nu weer een leuker leven hebben. Ik ben meer benaderbaar. Destijds was ik onbenaderbaar voor anderen. Alleen als ik bij mijn paarden of honden was, was ik mezelf.” Met haar geliefde dieren probeert zij nu anderen te helpen. “In 2015 ben ik begonnen met paardencoaching. Ik heb me daarin laten opleiden. Nu geef ik coachingsessies aan anderen. Mijn eigen ervaringen zijn daarin een meerwaarde.” Na de officiële PTSS-indicatie besloot Onstenk lid te worden van de BNMO. “Ik realiseerde me dat er instanties zijn waar ik terecht kan.” Onlangs heeft zij zelfs een kennismakingssessie  paardencoaching gegeven speciaal voor BNMO-leden. Zij kijkt er tevreden op terug: “Met vijf personen die elkaar niet kenden zat ik ’s morgens aan de koffie. En binnen tien minuten was het gewoon een groepje. Het voelde veilig. Het was magistraal!