Menu

Ervaring 2

Vlammen in je hoofd

Het was een uitruk die Demis Jansen niet licht zal vergeten. Een ongeluk op het spoor bij Driebergen-Rijssenburg. Het bleek te gaan om een zelfmoordactie, het meisje was pas 14 jaar oud.

Naast militairen, politie en ambulancepersoneel lopen vrijwilligers en beroepskrachten bij de brandweer het meeste risico op (beroepsgebonden) PTSS. Iets waar je je op je 11e geen voorstelling van kunt maken. Met de jeugdbrandweer beleeft Demis Jansen leuke tijden. Met zijn team doet hij mee aan wedstrijden en dat bevalt zo goed dat een baan als beroepskracht hem wel wat lijkt. De postcommandant vindt hem met 18 nog wat te jong en de dienstplicht roept. Op de vraag of hij als stoere brandweerman deze periode fluitend heeft doorstaan, zegt hij: “Ik zat bij de verkenners als chauffeur en ik heb het best als pittig ervaren.”

Na het vervullen van de dienstplicht volgt de inmiddels 19-jarige Jansen een tweejarige basisopleiding tot brandweerman ofwel hij is nu manschap in opleiding. Helaas kan hij van deze hobby nog steeds niet zijn werk maken omdat het team reeds voltallig is. Als vrijwilliger bij de post Driebergen-Rijssenburg en ook op zijn werk bij Bartimeus, maakt hij deel uit van de bedrijfsbrandweer. Het vuur in Jansens hart is nog niet gedoofd en als de mogelijkheid zich aandient voor pooldiensten als beroeps bij de post in Zeist, grijpt hij deze kans met beide handen aan. Hij wil meer uren en uiteindelijk kan hij ook als beroeps op zijn ‘eigen’ post terecht, een baan van 0,8fte. Maar ook in zijn vrije tijd is hij er als vrijwilliger te vinden.

Extra heftig

Doordat de brandweerpost dicht bij het treinstation zit, komt het regelmatig voor dat er een uitruk is voor een ongeluk op of bij het spoor. Vaak gaat het om blikschade, auto’s die boven op elkaar zijn geknald, maar een enkele keer gaat het om een aanrijding met een persoon. “Je doet gewoon je werk en in zo’n geval betekent het dat we het spoor vrij moeten maken van ledematen. Je kunt je voorstellen dat als iemand zich voor de trein gooit, deze persoon een heel stuk wordt meegetrokken. Het ging om een meisje van 14. Haar ene laars lag enkele meters verderop. Toen ik hem oppakte bleek dat haar voet er nog in zat. Inmiddels is dit deel van onze taken overgenomen door ProRail. Natuurlijk doet iedere uitruk wel wat met je, maar uitrukken waarbij kinderen zijn betrokken, zijn altijd extra heftig.”

Dat er wellicht gevolgen kunnen zitten aan elke uitruk, is een thema dat in de opleiding is onderbelicht. Jansen geeft aan dat veel collega’s een en ander met humor oppakken. Het bedrijfsopvangteam (BOT) komt na een dergelijk incident op verzoek altijd langs. “Daar zit je op zo’n moment niet op te wachten, je wil eerst bijkomen. Als het echt moet, kunnen we er later wel over praten met het collegiaal opvangteam (COT). Je hebt er wel weet van, maar het is niet zo dat je er wakker van ligt, denk je dan.”

Paniekaanvallen

Dat de impact toch groter is dan gedacht, merkt hij als hij met zijn oudste dochter in een schoenenwinkel staat en ze ook van die UGG laarzen wil hebben. “Ze mocht ze van mij gewoonweg niet hebben en het is ook moeilijk uit te leggen aan je kind waarom niet. Uiteindelijk gaat er bij jezelf wel een lampje branden dat er iets aan de hand is, maar je denkt het zelf wel aan te kunnen.”

Nog geen jaar na het spoorincident komt een meisje van 14 om bij een verkeersongeval. Met de fiets geschept door een vrachtwagen. Jansens partner Bianca heeft ondertussen ook wel door dat er meer aan de hand is. Naast woede-uitbarstingen en zorgen heeft haar man paniekaanvallen als een van hun dochters met de fiets op pad gaat. Het duurt nog ruim een jaar voordat de diagnose PTSS wordt gesteld. “Dan ga je een lang traject in en wordt het tijd om je collega’s in te lichten. Bij hen was ook wel wat frustratie. Waarom ik het niet eerder had verteld. Dat ze er eigenlijk niks van merkten, dus wat er nou eigenlijk aan de hand was. Inmiddels werden we op de post gevolgd door RTV Utrecht (programma Brand Meester; red.). In die uitzendingen is ook te zien dat er een speciale avond is gekomen voor de collega’s en hun partners. Via postcommandant Gerard van Leeuwen ben ik terechtgekomen bij de Basis in de persoon van Jeroen Blansjaar. Daar heb ik veel aan gehad.”

Erkenning

In samenwerking met de Basis werkt de brandweer verder aan de ontwikkeling van een programma. Maar dat kost tijd. “Uiteindelijk ben ik de strijd aangegaan om dit soort zaken beter te regelen. Gesprekken met directie et cetera. Je begint echt te denken dat je alleen bent op zo’n moment. Dat is natuurlijk niet zo, maar het heeft lang geduurd voordat het door de organisatie is erkend. En die erkenning is juist zo belangrijk. Inmiddels prijkt bij de ingang van de Basis ook een bord met het logo van de brandweer. Daar voel ik wel enige trots bij. Ik ben nog steeds in behandeling, maar bijna uitbehandeld. Dat wil niet zeggen dat ik beter ben, maar ik kan er beter mee omgaan. Niemand vraagt ook meer hoe het met me gaat, op een enkele uitzondering na. Als je je arm breekt, dan is je verwonding zichtbaar, nu zie je niets.”

Hij vervolgt: “Langzaamaan komt de oude Demis weer terug, maar Bianca? Die is een beetje tussen wal en schip terechtgekomen en voelt zich niet geholpen. Dus daar vechten we ook nog steeds voor: de erkenning dat niet alleen jij, maar ook je gezin onder dit alles lijdt. Of het overgaat, dat weet ik niet. Wel heb ik geleerd om eerst tot tien te tellen als er iets in de werksfeer voorvalt. Voorheen zou ik dan meteen uit mijn slof schieten en een brandende e-mail gestuurd hebben met duidelijke taal. Nu stuur ik die eerst naar een collega, die kijkt met me mee en samen proberen we mijn gevoelens wat genuanceerder te verwoorden. En ik moet nu alles opschrijven, omdat ik het anders vergeet. Daar had ik eerder nooit last van. Met de jongens die ik begeleid, houd ik regelmatig een barbecue of ander gezellig avondje. Dan komen de verhalen pas los. Erover praten is misschien moeilijk, maar het helpt wel. Ik ben dan ook blij dat ik lid van de BNMO ben geworden, zo kunnen we elkaar verder helpen.”