Het wordt hoog tijd dat het Militair Invaliditeits Pensioen (MIP) op de schop gaat. De reden daarvoor is dat er van alles mis is met het MIP. Het gaat daarbij niet alleen om de hoogte van het pensioen zelf, maar ook om procedures. Voorbeelden van rammelende procedures zijn onder meer de behandelingsduur van de aanvraag en de wijze waarop het percentage, de mate van invaliditeit, wordt vastgesteld.

In mei 2019 startte Veteranenombudsman Reinier van Zutphen een onderzoek naar de knelpunten in de procedure bij het vaststellen van het MIP. “Veteranen moeten te vaak onaanvaardbaar lang wachten. Terwijl het voor hen van groot belang is dat hun zogenaamde eindtoestand zo snel mogelijk wordt vastgesteld. Dat geeft hen niet alleen rechtszekerheid, maar is ook de afsluiting van een belastende, stressvolle periode die (her)keuring met zich meebrengt”, aldus Van Zutphen bij het begin van het onderzoek.

PTSS-protocol
Daarnaast is er veel onvrede over het bestaande PTSS-protocol. Bij veel betrokkenen bestaat de indruk dat de invoering van het protocol tot doel had het substantieel omlaag brengen van de kosten van het MIP. Enkele jaren geleden is daarom al onderzoek gedaan door een onderzoeksteam van Toegepast Gezondheidsonderzoek (TGO), een onderdeel van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Het onderzoek bestond uit twee delen, nl. een inhoudelijke evaluatie van de schattingsmethodiek van het PTSS-protocol en een ervaringsonderzoek naar de toepassing van het PTSS-protocol.
In december 2016 deed de begeleidingscommissie van het onderzoek onder voorzitterschap van luitenant-generaal b.d. Hans Leijh aanbevelingen voor verbetering van het protocol. Pas in september 2019 heeft de begeleidingscommissie de aanbevelingen in het georganiseerd overleg met de vakcentrales kunnen toelichten. Dit heeft vervolgens geleid tot het opstellen van een plan van aanpak dat in april 2020 is aangeboden aan het georganiseerd overleg. De uitkomst van dit overleg is bepalend voor de verbetering van het PTSS-protocol. Hoewel er nu schot in de zaak lijkt te komen, is het ronduit bedroevend dat een voor veteranen en dienstslachtoffers zo belangrijk rapport en de door de begeleidingscommissie, op basis van de uitkomsten van het onderzoek, verstrekte adviezen zo lang zijn blijven liggen.

Indexatie
Het MIP is gekoppeld aan de ‘Datum aanvullende ouderdomspensioenen’ van de Stichting Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Als gevolg van onvoldoende dekkingsgraden zijn deze pensioenen al jarenlang niet geïndexeerd. De hoogte van het MIP is in deze periode bij een gelijkblijvende mate van invaliditeit dus ook niet aangepast. De laatste MIP-indexatie (0,28%) vond plaats in 2010. Volgens het ABP zijn de betrokkenen in de periode van 2010 tot 2020 daardoor een indexatie van ruim 19% misgelopen. De BNMO strijdt al geruime tijd voor aanpassing van de regelgeving op het gebied van de indexatie en is daarover in gesprek gegaan met de minister van Defensie. Contact met de Veteranenombudsman heeft ertoe geleid dat er nu een advies aan de minister van Defensie ligt om zo snel mogelijk te komen tot indexatie van het MIP.

Zorgplicht
Het Hoofdbestuur van de BNMO benadrukt dat de bijzondere zorgplicht die geldt voor veteranen en dienstslachtoffers meer moet zijn dan alleen een juridisch begrip. Het is ook een morele plicht van de overheid om allen die zich hebben ingezet voor de publieke zaak en die bij de uitoefening daarvan fysiek en/of psychisch gewond zijn geraakt op een snelle en eerlijke manier te compenseren in de vorm van inkomen en voorzieningen om zo zorg te dragen voor kwaliteit van leven in de toekomstige jaren. Het rapport en het plan van aanpak vindt u op de website van de BNMO.