‘Ik leef nu, ik wil nu alles kunnen’

Afghanistanveteraan Frens Hartgers raakte zwaargewond

‘Ik leef nu, ik wil nu alles kunnen’

Sergeant Frens Hartgers (30) is gedreven. Hij wil iets maken van zijn leven nadat hij in 2008 levens-bedreigend gewond raakte in Afghanistan. En dat doet hij niet slecht. Hij werd afgelopen voorjaar vader, begint aan het afsluitende opleidingsjaar om als bedrijfsmaatschappelijk werker voor Defensie aan de slag te gaan én is uitzendgeschikt bevonden voor deze functie.

Hoe vreemd het ook mag klinken, Frens Hartgers is heel blij dat hij uitzendgeschikt is bevonden als bedrijfsmaatschappelijk werker. Dat betekent namelijk dat hij niet als burger aan de slag hoeft, maar als militair. En diep in zijn hart wil hij dat het liefst. Niet dat hij zich vrijwillig op zou geven voor een uitzending. “Maar als ik moest, dan zou ik gaan. Dit allemaal in overleg met het thuisfront.”

Daarmee doelt hij op zijn vrouw en zijn ouders. “Ze zijn blij dat ik mijn werk als militair weer op kan pakken, maar dan als bedrijfsmaatschappelijk werker. Ook als dat betekent dat ik weer op uitzending zal moeten. Daarnaast zijn ze ook bang en ongerust wat een uitzending voor gevolgen kan hebben. Weer het gevaar opzoeken en weer de kans op gewond raken. Ook al zijn ze zich ervan bewust dat de functie van bedrijfsmaatschappelijk werker minder risico met zich meebrengt dan de functie van infanterist.”

Verrast

Datzelfde thuisfront was in 2008 nogal verrast dat Hartgers op uitzending ging naar de Afghaanse provincie Uruzgan. Hij zou na zijn overstap van de marechaussee naar de landmacht, na het voltooien van de Koninklijke Militaire School in Weert, alleen maar op gesprek gaan voor een functie bij het 45e pantserinfanteriebataljon. “Tijdens dat gesprek werd mij gezegd: als je nu ja zegt, betekent dat wel dat je over vijf maanden op uitzending gaat. In al mijn enthousiasme heb ik gelijk ja gezegd, zonder het er thuis over te hebben. Mijn vriendin, nu mijn vrouw, was blij dat ik de functie had gekregen, maar toen ik zei dat het wel betekende dat ik vrij snel op uitzending zou gaan, barstte de bom. Dat ik graag wou, dat begrepen ze allemaal wel, maar dat ik niet had overlegd…”
De periode voorafgaand aan het vertrek van de toen 24-jarige infanterist was behoorlijk onrustig. “Tijdens mijn opwerktraject zijn Mark Schouwink en Dennis van Uhm door een IED (improvised explosive device; red.) omgekomen. Wij zouden hun eenheid aflossen. Eerder waren er ook al diverse strikes geweest met Nederlandse gewonden. Maar ik dacht dat mij niks kon gebeuren. Ik was boordschutter en dan zit je op een redelijk veilige plek, bovenin het voertuig. Daar kon ik mijn thuisfront wel mee geruststellen. Ik heb ze beloofd dat ik geen andere functie uit zou oefenen en dat ik bovenin die toren zou blijven zitten.”

Aanslag

Ondanks zijn belofte gaf Hartgers op 9 augustus, ruim drie weken na aankomst, toe aan de wens van een collega en ruilde eenmalig van functie. “Hij had daar al een paar weken om gevraagd bij de groepscommandant en de pelotonscommandant, maar die zeiden: Frens is de boordschutter en blijft dat ook. Om van het gezeur af te zijn, zei ik die dag: ga jij maar lekker in die toren zitten spelen, dan ga ik wel ander werk doen. Het was de tweede keer dat we met het voertuig de poort uit gingen. Hij zat in de toren en ik stond achterin de bak.” Van de IED-aanslag zelf heeft hij geen beeld. Wel weet hij dat hij een slagaderlijke bloeding had in zijn lies. “Ik weet alles wel, maar van verhalen en niet vanuit mezelf. Ik ben daar wel blij mee. Als ik kijk naar de jongens bij mij in het voertuig die ook gewond zijn geraakt, die weten precies hoe de klap is geweest, ze weten precies hoe ze eruit zijn gevlogen en hoe ze neer zijn gekomen, hoe het plaatje erna was. Dat ik daar half dood lag te gaan en dat iedereen om mij heen stond om mij in leven te houden. Ik ben blij dat ik dat beeld niet heb. Ik word er ’s nachts niet wakker van. Ik vind wat ik heb wel genoeg.” Hij geeft – “van boven naar beneden” – een lange opsomming. Daaronder hersenkneuzingen, een hoofdwond, een gebroken schouderblad, gebroken ribben, een gebroken rechterdijbeen, een verbrijzelde linkerknie en –voet en verbrijzelde hielen. “Dat was het volgens mij wel”, zegt hij. Hartgers werd vijf weken slapend gehouden, onderging tot nu toe 25 tot 30 operaties en er volgde een lang revalidatieproces van ruim anderhalf jaar. Zo lang de pijn aan zijn knie dankzij verdovingsspuiten nog te verdragen is, stelt hij een volgende operatie uit. “Ik leef nu, ik wil nu alles kunnen.”

Herstel

Volgens Hartgers is een groot deel van zijn herstel te danken aan de situatie thuis. “Bij mij was alles gewoon goed. Ik had een vriendin, mijn huidige vrouw, een huis, goed contact met mijn ouders. Die hebben mij hierin ook goed opgevangen. Ik denk dat zij voor 75 procent verantwoordelijk zijn voor mijn herstel. Je moet het zelf ook wel doen, maar thuis is belangrijk.” Ook de zorg was in zijn geval goed geregeld. “Ik had vanaf dag één een case coördinator omdat ik zwaargewond was. Ik hoefde me nergens zorgen over te maken en kon me dus blijven richten op mijn herstel. Dat heeft me wel gemaakt tot wie ik nu ben.” De Afghanistanveteraan is sinds 2010 lid van de BNMO. Daarnaast is Hartgers oprichter en lid van de vereniging de Gewonde Soldaat. Wat die vereniging hem brengt? “Een duikbrevet”, reageert hij lachend (zie de Kareoler 3-2014). Om meteen daarna serieus te antwoorden: “Saamhorigheid, er samen achter komen wat wél mogelijk is, ondanks je handicap of beperking. Onderling bespreken hoe je bepaalde dingen hebt aangepakt, ook financiële zaken. Maar ook gewoon gezelligheid.” Het behaalde duikbrevet is niet de enige sportieve prestatie van Hartgers. Eerder nam hij ook al deel aan het loop- en fietsevenement de Grebbeberg Masters en in september doet hij mee aan de Invictus Games. “Ik wil mezelf blijven uitdagen in de dingen die ik volgens de doktoren niet meer zou kunnen, maar nu wel kan.” Het gaat Hartgers daarbij niet alleen om de sportieve uitdaging, hij vindt het ook belangrijk dat er meer aandacht is voor gewonde veteranen. “De waardering en het respect die we hierdoor krijgen, geven mij een goed gevoel. In Nederland vinden veel mensen het gewoon je eigen schuld als je op uitzending gaat en daarbij gewond raakt. Het zou mooi zijn als er eens iemand naar je toe komt die zegt: bedankt voor je inzet.”

Door: Janke Rozemuller
Foto: Birgit de Roij

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om de beste surfervaring voor u mogelijk te maken. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten